De Martelkamer
Klaar voor de beproeving?
De geur van rottend vlees en de smeekbedes om genade laten de rillingen over je lijf lopen... Wil je een tip? Als je op het matje wordt geroepen, vertel ze maar precies wat ze willen horen!
DE SELECTIE VAN DE BEUL
Word je al zenuwachtig van de wachtkamer van de tandarts? Wacht maar tot je de rillingen over je lijf voelt gaan als je oog in oog komt met de slachtoffers van de beul…. In afwachting van de volgende “behandeling”.
Iedereen heeft wel iets op zijn kerfstok. En als je niks weet, verzin je wel iets om de pijniging te laten stoppen. WAT!!! Geloof je me niet!? Luister dan naar het verhaal van Balthasar Gerards. De waarheid is harder dan de aanpak van de beul!
Historische achtergrond
Een beul: een afschrikwekkende man. Een barbaar met een zwarte kap op en een bijl in de hand. Voor sommigen een verpersoonlijking van een monster en voor dieven en moordenaars was hij de wrekende gerechtigheid.
In het kort voltrok de beul of scherprechter vonnissen. Dit waren vaak lijfstraffen, zoals het afhakken van lichaamsdelen, geselen, brandmerken en als er een zware misdaad werd gepleegd, moest de beul de doodstraf uitvoeren. De doodstraf en martelpraktijken worden al gebruikt sinds het begin van de wereld. Met de opkomst van het christendom werd de praktijk van het martelen minder, maar werd het godsoordeel juist een wijdverbreidere praktijk. Dit hield in dat door middel van een water- of vuurproef de wil van God en dus de schuld of onschuld van de verdachte werd vastgesteld.
In de 15e eeuw nam martelen een steeds grotere plek in bij de rechtspraak. Tijdens het martelen werd erop gelet dat de gemartelde niet al te erg verwond werd, zodat diegene nog wel presentabel voor de rechter kon verschijnen.
Er lag een grote last op de schouders van de beul, want hij moest zijn vak wel goed uitoefenen. Dat was minder makkelijk dan het leek. Zo moest de beul tijdens een onthoofding het hoofd in één keer van de romp scheiden. In sommige regio’s was het zelfs zo dat de onthoofding in maximaal drie slagen moest plaatsvinden. Als dat niet lukte, kreeg de beul de woede van het volk over zich heen. Die woede mocht niet onderschat worden, want executies waren vaak openbare aangelegenheden, waar ontzettend veel mensen op afkwamen. Een fout was zo gemaakt en de licht ontvlambare middeleeuwse mensen vlogen dan op hem af. Als de beul deze woede overleefde, konden de autoriteiten hem ook nog straffen. Een beul moest sowieso oppassen, want verwanten van veroordeelden wilden soms wraak op hem nemen. Hij moest zich dus gedeisd houden. Hij woonde vaak bij de stadsmuur, zodat hij niemand lastig zou vallen.
Beulen kozen niet zelf voor het beroep, maar rolden erin via hun vader. In hun jeugd oefenden ze eerst op vruchten, daarna op honden en varkens en vervolgens begon het ‘echte’ werk en hielpen ze hun vader bijvoorbeeld bij het martelen. Eenmaal beul, was er geen terugkeer meer mogelijk. De rest van de maatschappij wilde niet meer met hen geassocieerd worden.