Heksenverbranding
Wat doe jij met een brandend verlangen?
Te midden van de Nieuwmarkt zijn alle ogen gericht op de nog lege brandstapel. Hier staat de opruiende heksenjager klaar om zijn volgende heks aan te wijzen en levend te verbranden.
Welke heks is verantwoordelijk voor zondige daden? De heksenjager vindt zijn heks en heeft ‘onomstotelijk’ bewijs dat zij schuldig is. Onder luid gejoel zal zij verbrandt worden. Hoe heet wordt het nu onder jouw voeten?
Historische achtergrond
In Nederland zijn ruim twee eeuwen lang heksen verbrand: van 1472 tot en met 1674. Deze mensen – vooral vrouwen – werden gedood omdat ze magie zouden hebben gebruikt om anderen ziek te maken, of in sommige gevallen zelfs te vermoorden. Ze zouden aanbidders van de duivel zijn die allemaal op bezemstelen vlogen en ’s nachts geheime bijeenkomsten zouden hebben.
Een duivelspact was de meest verschrikkelijke misdaad die men zich kon voorstellen in de late middeleeuwen. Iemand die toverde, stelde zich volgens de theologen buiten de (christelijke) samenleving. Verbranding was de enige juiste oplossing om dit soort toverkolen uit de weg te ruimen.
In de 16e eeuw werd het verbranden van heksen gezien als een rechtvaardige straf.
Het waren vaak de kwetsbare, arme, alleenstaande vrouwen zonder scholing die vaak een makkelijk doelwit waren voor inquisiteurs die namens de kerk of de autoriteiten werkten, maar ook voor de gewone bevolking. Dat wil echter niet zeggen dat alle mensen die van hekserij werden beschuldigd oude pokdalige vrouwen waren. De Utrechtse ‘heks’ Hendrikje Folkerts was pas zeventien jaar oud.
HEKSENPROEVEN
Wie een heks was en wie niet, kon op verschillende manieren getest worden: Je had de waterproef/drijfproef waarbij een heks vastgebonden in het water werd gegooid. Bleef zij drijven, dan was het een heks en volgde veroordeling. Als zij zonk, was het geen heks, maar kwam ze toch door verdrinking aan haar einde.
Een andere populaire manier was om iemand te wegen op de heksenwaag. Dit was een grote weegschaal, waarmee vermeende heksen hun gewicht konden aantonen. Heksen zouden volgens de verhalen namelijk heel licht zijn, vandaar dat ze op bezems konden vliegen, dus als een vrouw het gewicht van een ‘gewoon’ mens had, was ze onschuldig. In de meeste gevallen werden deze weegschalen zo gemanipuleerd dat iemand die erop stond automatisch heel licht leek, en dus werd aangewezen als heks.
DE HEKSENHAMER
In 1486, verschijnt in Keulen een boek van de uitgever Johan Prüss. Malleus Maleficarum, ofwel de Heksenhamer. De Heksenhamer bevat ontzettend veel ziekelijke vrouwenhaat. Elke vrouw wordt beschuldigd van hekserij, van een vrome non tot een vrouw met kinderen. Over mannen wordt weinig gesproken in de Heksenhamer. De man wordt bedreigd, als hij een aangeklaagde vrouw zou bijstaan. Voor die misdaad verdient hij de doodstraf. Hij is dan zelf als heksenmeester ontmaskerd. Tot in de 17e eeuw blijft de Heksenhamer de basis voor de heksenjachten.